Feeds:
Berichten
Reacties

Het stond zwart op wit in de Metro vandaag:

Uit een studie van de Nationale Universiteit van Singapore blijkt dat het gebruik van internet voor privé-doeleinden (kennelijk ook wel ‘cyberslacking’ of ‘cyberloafing’ genoemd) de productiviteit van werknemers verhoogt!

Even een statusupdate maken op Facebook tijdens de werkuren motiveert werknemers en doet hen even ontspannen waardoor ze daarna meer energie en zin hebben om verder te werken.

Dat klinkt allemaal wel positief maar er is wel een ‘maar’ bij deze studie. Het checken van je private e-mails is namelijk wel nefast voor de productiviteit.

Bureaucrisie

Vanochtend heb ik een nieuw record gevestigd! In de regen sprong ik de fiets op voor mijn maandagritueel: een bezoekje aan het districthuis te Deurne. Sinds ik in Deurne woon heb ik al meer dan een volledige werkdag gespendeerd in dat gebouw, dat er veel mooier en professioneler uitziet dan een doorsnee gemeentehuis en ook beter georganiseerd, maar schijn bedriegt. Ik heb intussen op een paar maand tijd al langer mijn beurt zitten afwachten in dat prestigieuze ‘districthuis’ dan ik vroeger ooit in het gemeentehuis ben geweest. Maar vandaag was ik op een uurtje thuis!

Sinds december heb ik me moeten aanmelden als bewoner, mijn adres officieel moeten laten veranderen met een document van de wijkagent, een nieuw paspoort moeten aanvragen, het nieuwe paspoort moeten afhalen, mijn rijbewijs moeten afhalen, een nieuwe reispas moeten aanvragen en een nieuwe reispas moeten afhalen. De gemiddelde wachttijd bedraagt 2 uur en de gemiddelde verwerkingstijd van de gemiddelde ambtenaar daar bedraagt 30 minuten.

Gelukkig zijn de meeste werknemers ook vriendelijk (waarschijnlijk zou ik ook vriendelijk zijn als ik het loon van een ambtenaar kreeg en tegen het tempo van 30 minuten per klant mocht werken) en was er zelfs een zo lief om – nadat hij zijn beklag had gedaan over hun belachelijke openingsuren – mij te informeren dat de avonddienst op donderdag te vermijden was aangezien deze vaak na sluitingstijd (19u) nog 2,5 uur uitliep. Beter was maandagochtend een half uur voor opening. Je moest dan wel een half uur (in de regen) staan wachten maar als je er om half 9 al was moest je om 9 uur maar 5 of 10 minuutjes aanschuiven en dan was je binnen om een nummertje te vragen. Dan werd je normaal gezien toch binnen het uur geholpen dus deed je bijna anderhalf uur winst. Dat liet ik me geen twee keer wijsmaken. Time is immers money.

Als je eenmaal tot aan de balie bent geraakt in het districthuis, zeg je waar je voor komt en krijg je een nummertje. Dan neem je plaats in de inkom op een van de tientallen bankjes en stoelen en wacht je tot je ‘dingdong’ hoort. Dat wil zeggen dat er een nummertje op het scherm verschijnt samen met het loket waar je dan geholpen (of niet geholpen) zal worden. Je dubbelcheckt best of je alles mee hebt voor je vertrekt want als je iets bent vergeten (eID, pincode, pasfoto’s, formuliertje 97bis, of een lang vergeten prehistorische versie van het aangevraagde document) word je onherroepelijk terug gestuurd.

Tijdens het wachten, check je het scherm bij elke ‘dingdong’ tot je ‘dingdong’ na een paar ‘dingdong’ uur je eigen ‘dingdong’ nummertje ziet verschijnen. Op je ticketje vind je niet alleen je volgnummer, dat vaak hallucinante proporties aanneemt, maar ook een niet onbelangrijke mededeling die ook vaak op het scherm verschijnt: “de nummers komen niet in chronologische volgorde aan bod”. Toch gaat de helft van de mensen nog steeds klagen dat het nummertje voor en achter dat van hen al op het scherm is verschenen maar dat zij nog steeds moeten wachten. Zij kunnen vast niet lezen. De andere helft klaagt niet maar kan dan weer niet tellen.

Ik denk dat zelfs Einstein niet had kunnen vatten wat de logica is achter die opeenvolging van nummers. Ik heb al kunnen achterhalen dat er met een aantal sequenties wordt gewerkt per dienstcategorie en de nummers worden vast opgeroepen naar gelang welk loket er vrij is en op basis van in welke mate de vrije loketbediende kaas heeft gegeten van die bepaalde dienst. Maar verder sta ik niet. Drie bureaucratische districtsessies geleden zat ik in de voormiddag te wachten met nummertje 775. Dat trof! Op het scherm stond 770. Nog 5 te gaan van mijn reeks. Mevrouw naast mij had minder geluk. Zij was de trotse eigenares van nummer 1013 en in haar reeks was het aan nummer 890. Nog meer dan 120 te gaan dus. Alleen kwamen de nummers van mijn reeks (de rijbewijsreeks) maar één keer om het half uur en was mevrouw uiteindelijk dus meer dan een half uur vroeger binnen dan ik.

Gelukkig was ik al lang blij dat ik eindelijk mijn definitief rijbewijs mocht gaan halen en heb ik met mevrouw toch anderhalf uur goed kunnen lachen met dat prestigieus maar inefficiënt systeem. Als mensen me vragen “wat dan wel het verschil is tussen een gemeentehuis en een districthuis” dan antwoord ik: “In een districthuis moet je langer aanschuiven”.

Vandaag viel het goed mee! Om kwart voor 9 ging ik kletsnat braaf in de rij staan onder het afdak en 9 uur stipt ging het gebouw open. Na slechts 6 minuten aanschuiven, door ongeduldige mensen heen-en-weer geduwd worden en een paar keer geplet te worden door de draaideur, stond ik aan de balie met al mijn documenten in de hand. Mijn reispas afhalen kon aan de balie, wat een vooruitgang! Mijn handtekening zetten, duurde eigenlijk nog het langst daar mijn rechterhand met tweedegraads brandwonden stevig ingepakt zit. Maar nog net geen tien minuutjes na opening ging ik triomfantelijk door de draaideur weer naar buiten, intussen alle nijdige blikken negerend en een aantal andere aanschuivenden plettend. Er stond nog een lange rij buiten!

En het is een feit! Voor een prachtig staaltje naastenliefde moet je ’s morgens op het Maurice Dequeeckerplein zijn. Ik heb doorgaans veel respect voor ouderlingen maar het valt me toch telkens weer op hoe vooral mensen met het meeste tijd (bejaarden) het hardst zagen wanneer ze moeten wachten. In de wachtrij hoor je dan van die misnoegde opmerkingen en snedige dialogen als:

“Ik dacht dat ik hier wel eerst stond he!”

“Ik dacht het niet hoor!”

“Toch wel! Ge moet uw beurt leren afwachten, onbeleefderik!”

“Ik denk dat ik toch al veel vroeger wakker was dan gij ze! Ik was al om 5 uur wakker!”

“Hah! Ik nog vroeger want ik heb heel de nacht gewerkt!”

’t Is soms net de kleuterschool op uitstap.

“Zeg, moete gij nie werken madammeke in plaats van hier te staan zagen?”

“Moeit u nie! Gij staat hier toch ook! Gij werkt toch ook nie momenteel?!”

“Ehm! Ter informatie: ik ben in moederschapsrust!”

“En ik werk halftijds want ik heb 4 kinderen om voor te zorgen en dat is zwaar!”

“Pfff. Weer zo een halftijdse. Kinderen zitten nochtans op school overdag he dus veel last zult ge er niet mee hebben!”

“Wat weet gij daarvan. Ge zijt nog nie lang bevallen!”

“Ik had er wel al eentje he!”

Wat bezielt zo’n mensen vraag ik me af.

Ik heb vorig jaar zowat al mijn verlofdagen geïnvesteerd in wachten op meubels en wachten in het districthuis. Sinds een paar maanden werk ik 4/5, zodat ik elke maandag naar het districthuis kan: gewoon ‘ter informatie’, “of er niet iets is dat ik moet invullen of binnenleveren”, een bureaucratische pietluttigheid die me 7 maand cel kan besparen of een boete van 50euro per uur aanschuiven. Maar ik ga vooral voor de anekdotes … en de naastenliefde!

Koelkastpoëzie

KOELKASTPOËZIE

Zoals beloofd, als homage aan het WordPress-item van Renske (http://scribam.wordpress.com/2011/01/26/koelkast-poezie/) een vleugje koelkastpoëzie. De eerste avond dat ik met mijn vriend bleef overnachten in ons nieuwe appartementje – de eerste avond ‘samenwonen’ dus – hebben wij ons tot in de late uurtjes bezig gehouden met onze koelkast verbaal te bekladden. Gelukkig niet permanent maar met de magneetjes van koelkastpoëzie. Ongelofelijk wat een vreemde constructies je daar al gauw mee bijeen krijgt.

Eerst bleven we nog een beetje binnen het thema van de koelkast, eten en drinken. Maar algauw namen de zinnen absurde vormen en proporties aan… Dit is wat er momenteel op onze koelkast prijkt, weliswaar met iets meer interpunctie dan in de originele creaties:

-       Wereldafvaltop in deze koelkast.

-       Bedankt melk, voor de winderigheid.

-       Water schijnt nat te zijn.

-       Klagen over het bier bleek nuttig. Proost!

-       Wie zo dicht bij de grond eet, geniet.

-       Waarom heb je extreem veel vet en gewicht, lelijk meisje? Door taart, daarom.

-       Toon respect voor de aderklonter.

-       Muf moes en koud zwart eten, was echt nog de trend dit jaar.

-       Eeuwig respect voedt haar trots.

-       Stilte en stront stinken stroef in de kont.

-       Beroemd zij de geurigen.

-       Vertrouw mijn peer en niet mijn duistere ziel. Sorry.

-       Van thee in de winter wordt hij ziek.

-       www.soepmetbruis.com

-       ontbijtopbed@nu.nl

-       Koppig zweet kan geliefden buiten kennis kloppen.

-       Virtueel liefde kopen, valt tegen.

-       Een man wil vaak wat avontuur. Soms naakt en dood maar gratis.

-       Seks met twee zal wel extra delicaat zijn.

-       Verlang mij morgen of ik ga vreemd.

-       Als er enig contact komt tussen ons, lopen wij achter jullie.

-       Tegen tevreden protest heeft ieder wat.

-       Ik knap het lijk een beetje op na een stralende dag.

-       Ik lach me jong.

-       Eigenaardig, poëzie zonder plastic.

-       Het aantal dat toen te absurd blufte, wachtte gewoon precies diezelfde vragen.

-       Sterke wildgroei van lekker in het geheim rommel hebben, kan hij super vinden.

Misschien wordt het stilaan tijd voor nieuwe constructies. In dat geval, zal je ze gauw lezen…

Koelkastpoëzie

Koelkastpoëzie

Je hebt het ongetwijfeld gehoord vandaag: “Er zijn twee gevangenen ontsnapt uit de gevangenis van Dendermonde.” Waarschijnlijk kijkt u daar niet eens van op of denkt u: “Oh, twee maar, dat valt nog mee… Vorige keer waren het er meer dan 20.” Maar de manier waarop?!

De twee zijn erin geslaagd om de tralies door te zagen en langs het raam te ontsnappen door lakens aan elkaar vast te knopen.

Jawel, je leest het goed! Twee criminelen zijn vandaag ontsnapt uit de gevangenis en hebben gebruik gemaakt van een wel heel originele vluchtmethode. Zo origineel dat een 5-jarige die ooit naar Pippi Langkous of Lucky Luke heeft gekeken het ook had kunnen bedenken. Maar het is dan nog écht gelukt ook! Waarschijnlijk had een mysterieuze sympathisant de gevangenen een maand ervoor een stokbrood toegestuurd… Zoiets kan toch alleen maar in België…

Na vandaag weet ik zeker dat mijn theorie klopt: België is een grap van Basta.

Nog voor Robland werd gesticht op de maan hebben de neveneffecten het bestaan geschonken aan een klein land, zo’n stukje gehakt dat nog over was (en waar toch niemand het over eens werd), dat ervoor moest zorgen dat op zijn minst de rest van de wereld  een samenhorigheidsgevoel kreeg doordat ze er af en toe eens goed mee konden lachen.

Toen Marc Dutroux ontsnapte en ik dat als geschokt kind ging vertellen tegen mijn ouders dachten die ook dat ik hen probeerde beetnemen. Maar neen, in België kan meer dan je in Jommeke en Sus en Wis ooit voor mogelijk zouden kunnen houden.

En ondanks die vervroegde vrijlatingen, al dan niet per ongeluk, en al die ontsnappingen wordt er nog steeds gezeurd dat de gevangenissen vol zitten…

  • Cursist: “Er staan allemaal lijntjes door mijn Worddocument. Is dat normaal?”
  • Lesgever: “Dat is normaal, ja, want je hebt net Excel geopend.”
  • Cursist: “Ik krijg de website niet geopend.”
  • Lesgever: “Dat komt omdat je het url als taaktitel hebt ingevoerd in Outlook. Om je website te openen, moet je naar Internet Explorer gaan.”
  • Cursist: “Mijn tekst verschijnt niet in mijn automatische handtekening.”
  • Lesgever: “Dat komt omdat je de tekst in het titelvakje hebt ingevoerd. Je tekstvak is nog leeg.”

Dit is mijn top drie van grappige situaties uit drie dagen basisopleiding computergebruik. Ik publiceer deze niet om mijn lesgroep belachelijk te maken maar om aan te tonen dat er nog steeds een schrijnend te kort is aan computervaardigheden bij werknemers.

De voorbije drie dagen heb ik les gegeven aan overgeplaatste werknemers die hun eerste stapjes zetten in de wondere wereld van de personal computer. Meerbepaald ging het om de populaire toepassingen Windows en Office. Ik wist dat het om een absolute basiscursus ging maar naderhand was ik echt verbaasd over hoe weinig vaardigheden de cursisten wel hadden. Het deed me beseffen hoe essentieel deze vaardigheden zijn om normaal te functioneren in een job als bediende de dag van vandaag. En dat terwijl ik mezelf uit de slag heb moeten leren trekken met Officeprogramma’s en het Windows besturingssysteem door zelf op onderzoek uit te gaan en hier en daar wat leuke trucs op te pikken van collega’s.

Op de middelbare kregen we wel informatica maar binnen dit vak leerden we eigenlijk eerder zaken die een tipje van de sluier oplichtten van hoe een IT-job eruit zou zien, zoals een initiatie basis programmeren. Dat was een praktijkgericht en aangenaam onderdeel van de cursus. Voor de rest herinner ik me eigenlijk alleen de talloze theoretische benamingen binnen het vak informatica:  Hypertext Transfer Protocol, Read Only Memory, Random Access memory, … Ik weet wel dat we nooit een cursus Office of Windows hebben gehad, terwijl meer dan 90% van de bedrijven met deze software werkt.

Ik begrijp dat men de monopoliepositie van Microsoft wil ontkrachten maar een school is praktisch verplicht om een basis tekstverwerking en spreadsheet te geven en leerlingen aan te leren hoe ze zich uit de slag moeten trekken in een besturingssysteem en hun computer volledig op maat in te stellen voor een optimaal en efficiënt gebruik. (En dan moet je nu eenmaal een softwarepakket kiezen want aan theorie alleen heeft niemand iets.)

Toch is dit vaak niet wat er in de praktijk gebeurt. Leerlingen krijgen een ellenlange lijst met de BIN-normen naar hun hoofd geslingerd en moeten maar zien dat hun eindwerk daaraan voldoet zonder dat ze enige opleiding krijgen in het gebruik van de nodige toepassingen. Onder het mom “de jeugd van vandaag zit veel achter de computer” worden leerlingen eigenlijk aan hun lot over gelaten zonder dat leerkrachten beseffen dat het eigenlijk vooral social networking, chatten en bloggen is dat hen bezighoudt.

Natuurlijk ging het bij mijn cursus om werknemers, vaak al iets ouder. Stuk voor stuk aangename mensen, vaak erg leergierig en met doorsnee verstandelijke vermogens. Toch was het verwerken van al die nieuwe informatie op één dag veel te zwaar voor hen, wat ook volkomen begrijpelijk is. En hoeveel blijft er uiteindelijk hangen van zo’n cursus? Uiteindelijk is het toch een combinatie van factoren dat ervoor zorgt dat je bedreven werkt met een computer of niet: werkomgeving, opleiding, gezinssituatie, etc.

Mijn confrontatie met dit schrijnend tekort aan computervaardigheid bij werknemers bevestigd alleen maar dat mensen nood hebben aan degelijke opleidingen en dat bedrijven niet hoeven te besparen daarop. Ik merk zelf hoeveel efficiënter ik nu werk met de juiste kennis. En ik ben van mening dat men hiermee niet vroeg genoeg kan beginnen.  Als het leerplan voorschrijft dat je zowel ingewikkelde chemische formules moet kennen als inzicht krijgen in taalstructuur, omdat je ‘misschien’ iets met die kennis zal doen in de toekomst, dan moeten basistoepassingen op de pc, iets dat een meerderheid van de leerlingen gegarandeerd nodig gaat hebben en de restgroep vast wel eens zal raadplegen in de vrije tijd, zeker een essentieel onderdeel van de secundaire opleiding worden.

Misschien kan men er een vakoverschrijdende opleiding van maken, misschien kan men voor elk vak een stukje van de taart opzij houden.

Toevallig start deze zaterdag de digitale week en doen tal van bedrijven een extra’tje om de digitale kloof te helpen dichten.

Meer info kan je vinden op http://www.digitaleweek.be.

Ook Teach-me draagt zijn steentje bij door gratis bureauticacursussen aan te bieden via e-mail. Bijscholen kan de komende week via http://digitaleweek.teach-me.be.

Gelukkig zijn…

Gelukkig zijn…

Ook al maakt zijn schrijnend schrille stem je eerder ongelukkig, Raymond van het Groenewoud produceerde best wel wijze woorden toen hij kreunde:

“Gelukkig zijn. Gelukkig zijn. Daarvoor wil ik alles gé-ven.”

Maar wat maakt een mens nu eigenlijk gelukkig?

Wat mij betreft, zijn er toch minstens drie ingrediënten noodzakelijk:

1.    Liefde (in twee richtingen, of in alle richtingen; hoe meer richtingen hoe beter; met ware liefde als bonus)

2.    Creativiteit (do not underestimate the power of self-expression)

3.    Je ‘waardig’ voelen en gerespecteerd (wat zich buiten de relatie zeker ook in de professionele situatie moet manifesteren)

Dit is een erg persoonlijke interpretatie en dit hangt natuurlijk erg af van persoon tot persoon en hangt ook wel samen met de tijdsgeest.

Laten we even chronologisch verduidelijken:

1.

Liefde lijkt de dag van vandaag veel meer plaats te maken voor haat. Tel maar eens de talloze haatpagina’s op Facebook. Van de meeste begrijp ik echt niet waar het vandaan komt… Toegegeven, we zijn als maar sneller en vaker geërgerd door andermans doen en laten… maar die haatpagina van dat schattig Belgacom-jongetje? Komaan jongens! Dat kereltje is best wel grappig en heeft niet bepaald de scenario’s van al die spotjes zelf geschreven. Hoe zou je zelf zijn als je als jong kereltje zo’n opportuniteit kreeg. Zie, dat noem ik haten om de sport en dan gaat het écht de verkeerde kant op.

Waar ik veel meer waarde aan hecht is dat, wanneer ik bijvoorbeeld thuis kom van een zware dag of wanneer ik het emotioneel wat moeilijker heb, dat ik in de armen van mijn geliefde troost kan vinden. Of dat ik gewoon samen met hem ‘gelukkig’ kan zijn, zonder al te veel woorden. Bij gebrek aan zonnestralen dan maar gewoon de batterijtjes weer opladen…

2.

Creativiteit maakt gelukkig. Ik heb het zelf al vaak bewezen gezien. Vaak laat ik me hangen wanneer ik down ben en dan zet ik geen letter op papier. Wanneer de enige dingen die ik schrijf mails, boodschappenlijstjes en stokwoorden in mijn agenda zijn, dan weet mijn vriend dat er iets fout is en dan stimuleert hij me om te schrijven. Dat is even moeilijk maar van zodra ik ben begonnen, ben ik in no time weer opgebeurd.

3.

Als we een week als richtlijn nemen, dan besta je 168 uur. In mijn situatie verslaap je daar een 48-tal van. Van de 120 die er over zijn, werk je er 38 en ben je nog eens 17 uur ‘onderweg’ van de ene plaats naar de andere. Nog 20 uur spendeer je aan douchen, toilet, eten en allerhande huishoudelijke verplichtingen. Dan schieten er nog 62 schamele uurtjes over om te leven en dan denk ik dat ik nog zaken over het hoofd heb gezien…

Je job neemt een heel groot percentage in van je ‘bewuste’ leven  (en bij sommige jobs ook van je ‘onbewuste’ leven, als je er vaak van wakker ligt). Daarom is het een prachtig doel om een job te kunnen doen die bij je persoonlijkheid past, die je echt graag doet en die je het gevoel geeft dat je iets kan betekenen. Het is essentieel dat je jezelf kan zijn in je job en dat je serieus wordt genomen, dat mensen op zijn minst interesse tonen voor je suggesties. Een job is het leukst als je volledig ‘je ding’ kan doen, iets waar jij in uitblinkt. Anders blijf je voor eeuwig de ‘bange mus’.

Jongeren en twintigers willen naar verluid te veel op dat vlak: ze zijn te kieskeurig en lui. Eigenlijk willen ze niet werken en zouden ze liever een uitkering krijgen en hele dagen lopen nietsen. Voor een aantal geldt dat misschien… Maar zijn we echt te kieskeurig? Bij een sessie ‘Passion for Work’ vorig jaar werd gezegd dat het belangrijk is je te realiseren dat het niet je vaders job is die je moet doen maar dat je zelf keuzes moet maken en je profileren om de ideale carrière na te streven.
Een andere trainer sprak dan weer de wijze woorden: “Als je mikt op de maan en je kan je doel niet bereiken, beland je nog steeds tussen de sterren”. In vaders tijd was het inderdaad vaak dat je vlak na school (of het leger) een vaste job ging zoeken (‘voor de rest van je leven’) en dat je dan de eerste de beste job aannam die je via nonkel Jos kon krijgen. Het was toen niet zo belangrijk om een collectie diploma’s aan te leggen maar men vroeg je gewoon: “Kan je lassen? Awel, las dan.”

Tegenwoordig is de aanpak heel anders. Er zijn dan ook zo veel kandidaten dat je wel een manier moet vinden om voor te selecteren. Ik denk dat veel cv’s en motivatiebrieven niet eens worden gelezen en dat men af gaat op factoren die helemaal niet relevant zijn voor een bepaalde job, zoals het gebruiken van logo’tjes, kleurtjes en tierlantijntjes. Na de cv-selectie word je dan zo lang gescreend dat je meteen op pensioen kan gaan uiteindelijk val je dan net af als nummer twee of drie.

En uiteindelijk draait het uit zoals in vaders tijd. Je neemt een job aan die je via nonkel Jef hebt versierd en je neemt daar genoegen mee. Anderhalf op drie is ook geslaagd. Waarom zou je ambitieus zijn? Dat is toch voor zelfzekere mensen…

Tijdens het zappen kwam ik vandaag “toevallig” bij een televisieprogramma terecht dat met koken te maken heeft. Je zal het vast beamen: “Wat een toeval…want slechts 90% van de programma’s die worden uitgezonden hebben iets met koken te maken.”

Hoewel het eten zelf er allemaal erg lekker uitzag, wat me al een beetje honger deed krijgen, werd ik misselijk van de ‘koks’ zelf: keukenamateurs die bij elkaar thuis op bezoek gaan om heerlijk van elkaars kookkunsten te genieten.

Klinkt gezellig, niet?

Als Eén een dergelijk programma had uitgezonden (maar Eén wist wel beter blijkbaar) dan zou dit inderdaad een huiselijk smulfestijn geworden zijn maar keiharde ‘reality’ moet competitief en choquerend zijn (en liefst met wat ‘extra – bij voorkeur ontbloot – vlees’ in de kuip), want daar houdt het publiek van… Toch ben ik blij om te kunnen zeggen dat ik het zelf een pak gezelliger vond in mijn eigen woonkamer.

Toen ik voorheen tijdens het zappen op hetzelfde programma uit kwam, ergerde ik me blauw aan de arrogantie van een aantal deelnemers en die stroperige overdaad aan emoties nadat de kandidaten allemaal een keer in elkanders (vaak alles behalve armzalige) woonkamer hadden gezeten.

Nu ben ik een gevoelig zieltje maar ik denk niet dat ik het emotioneel moeilijk zou krijgen als ik na vier keer samen zitten met drie andere aandachttrekkende vreemdelingen plots mijn ‘normale’ leven weer zou moeten oppikken. Dat daar mooie vriendschappen uit ontstaan, dat is positief en geloofwaardig maar die mensen wonen allemaal in hetzelfde godvergeten piepkleine niemendalletje van een land en laten traantjes omdat ze elkaar nu nooit meer zullen zien… Je zou denken dat ze nog nooit van ‘media’ hebben gehoord…

Maar vandaag werd ik vooral ziek de hypocrisie die er heerst tussen die mensen… Aan tafel gedragen ze zich keurig. Welja, bijna toch. Maar achter de rug van de kandidaat die zich culinair uitslooft, zijn het jaloerse kleine kinderen en spuien ze de grofste kritiek! Ze neuzen onbeschaamd (uiteraard op vraag van VTM) door de spullen en kamers van de kandidaat en lachen die dan schaamteloos uit om bepaalde hobby’s, spullen of meubels. En net als kleuters moeten ze overal met hun handen aan zitten en is elke impuls goed genoeg om in een onophoudelijke giechelbui uit te barsten.

Ze gedragen zich alsof ze keukengoden zijn terwijl ze nog geen banaan lusten en voor het minste hun neus optrekken en ze verwijten anderen net die dingen waar ze zelf aan zondigen. Zo sprak de wijze man die al zijn gangen had gekaderd in de Afrikaanse cultuur tot de vrouw die een handvol couscous op zijn bord had durven schikken: “Het moet ook allemaal speciaal zijn voor haar he. We wonen hier in België zeg! Wat is er mis met een gewoon patatje?”

Ik ken peuters die meer etenswaren lusten dan deze zogenaamd ‘culinaire experts’.

“Bwèèèk. Dat ziet er raar uit. Dat is precies al eens verteerd!”
“Dat is nu toevallig (al voor de zoveelste keer) het énige dat ik niet lust.”
“Daar ben ik toch niet zo zot van…”

“Als je echt goed wil koken, moet je niet beginnen met allerlei kruiden en oliën daar op te doen…” (Ik daag je uit om die uitspraak nog eens doen tegen een échte kok)

Kunnen we nog echt opkijken naar de mensen die we op televisie zien?

Ik wacht nog steeds op de eerste die mee doet aan zo’n realityprogramma die ik echt sympathiek vind… Je zou bijna geen tv meer kijken want dat zijn het soort mensen waarmee we elke dag worden geconfronteerd. En dan kijken we ervan op als onze planeet er alles aan doet om ons weg te jagen, dat onze aardbol de mensheid niet langer lust…

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.